We’re in a bit of a pickle. Een uitdrukking die zoveel betekent als: we zitten in de puree. Wat gepekelde groentjes zijn voor de ene, zijn gestampte patatjes voor de ander. Groenten wecken. ‘t is een hobby zoals een ander. En dat het een hobby is, zullen we geweten hebben. Dat groenten inmaken (ook wel gemeenzaam bekend als ‘opleggen’) niet alleen meer is weggelegd voor de edele augurk, moet blijken uit restaurants die er een heel menu rond creëren. Allerlei groenten moeten eraan geloven. Asperges, boontjes, je kunt het zo gek niet bedenken of er gaat een scheut azijn overheen. Het is dan ook de nieuwste mode in New York, waar mensen de banden met hun culinaire verleden weer aanhalen en zelf aan de slag gaan met weckpot en kookfornuis. Toch zijn er dingen waar je op moet letten als je groenten inmaakt. Al je gerief moet goed gesteriliseerd worden. Want anders krijg je enge ziektes. Botulisme bijvoorbeeld. Daar krijg ik vizioenen van zombiefilms van en openspattende buiken en uitpuilende ingewanden en lillend vlees… maar goed, dit ging een culinaire post worden. Ik wilde alleen maar even de sfeer schetsen… Proper werken dus is de boodschap. Als je alle voorschriften goed volgt, dan komt het wel goed. En zo’n weckpot met groentjes blijft eeuwig goed. Dat had ons moemoe zaliger ook begrepen. Jarenlang weckte ze dat het een lieve lust had. Na haar overlijden vonden we een kelder vol. Genoeg om nog een paar wereldoorlogen door te komen. Van die lange bokalen met aardbeitjes op. Allemaal keurig gelabeld, want zo was moemoe Jacobs wel. Asperges van 1979. Smakelijk zag het er niet meer uit. We hebben alles maar wijselijk weggekieperd. De weckpotten hebben we wel bijgehouden. Misschien moet ik die binnenkort maar ‘s vanonder het stof halen. Alles komt terug. Lees hier het artikel in de New York Times over ‘Canning and Preserving’.
2 jaar later
3 MayWat vliegt de tijd. Er zijn waarschijnlijk analyses over hoe je tijd ervaart in een nieuwe omgeving. Het eerste jaar ging relatief traag voorbij. Het tweede in een wervelwind. Ondertussen is er al toch al het een en ander gebeurd. Ik ben goed gerodeerd in mijn job, heb een boeiend leven opgebouwd hier, ben al 2 keer verhuisd, heb toffe vrienden leren kennen, en ik heb als kers op de taart een leuke man gevonden met wie ik in juni ga trouwen.
Onder de Brooklyn Bridge.
Het kan verkeren.
I need a hug. Not!
13 AprDe knuffel. Een halfslachtig Amerikaans gebruik waarbij de beoefenaars zich ongeveer diagonaal over elkaar schouders gooien en enkele ritmische klopjes op de rug van de andere partij geven. Optioneel is het uitstoten van welwillende geluiden van wederzijds genoegen, die ook wel doen denken aan een soort bronstig ritueel. De voorkant van beider lichamen mag daarbij vooral niet volledig contact maken, want dat is weer net iets te veel intimiteit. Hou het vooral kameraadschappelijk en vermijd kleffe toestanden.
Na bijna 2 jaar in de States heb ik dat knuffelen nog steeds niet onder de knie. Ik geef geen knuffels. Knuffelen doe ik thuis, en daar heeft verder niemand zaken mee. Trouwens, de laatste keer dat ik in het openbaar knuffelde was tegen de knuffelmuur in het subtropisch zwemparadijs in Vossemeren. Voor alle duidelijkheid: ik knuffelde er de muur.
Nee, wie langere tijd in de buurt van Antwerpen heeft rondgehangen geeft 3 welgemikte kussen. Links, rechts, links. Zonder spuug of natte lippen, graag. Want dat is niet hygiënisch. Of één casual kus, al is dat alleen voorbehouden voor de écht goede vrienden. En wat zouden we zijn zonder de kuskesdans om menig fout feest moeizaam, doch bijzonder doeltreffend op gang te trekken?
‘Free Hugs’ zie je wel ‘s op bordjes staan. Dat zijn mensen die lijfelijke warmte willen delen en misschien ook wel tijd te veel hebben. Of misschien gewoon te weinig gekust worden, zelf.
Budget Hotels in NY
22 MarVoilà, van de Weekend Knack (of moeten we Knack Weekend zeggen tegenwoordig) moet je ‘t hebben.
http://weekend.knack.be/lifestyle/reizen/reizen-in-beeld/de-10-beste-budgethotels-in-new-york/album-4000071042497.htm
Stemmen uit het ondergrondse
24 FebIk ga autoloos door het leven. Dat is geen bewuste keuze, maar gewoon een kwestie van gezond verstand. Parkeren in NY is een Olympische discipline en een parkeerplaats betalen, daar moet je toch ook al snel een paar dagen voor gaan werken. Nee, dan liever investeren in wat meer platte schoenen – mijn hakjes liggen ondertussen wat te bestoffen onder in de kast – een goed boek, en een paraplu.
En er valt tenminste al ‘s iets te beleven in de metro. Marriachi zangers, bedelaars die je trakteren op een mini-stand up comedy act of breakdancers die bepaald niet vies zijn van de vloer in de trein. Toegegeven, het is niet altijd even leuk om op een overvol perron te staan wachten, zonder een trein in zicht. Of naast iemand te zitten die een beetje gek is, of een beetje dronken, of bijna moet overgeven, of all of the above.
Op zo’n momenten vind ik troost in de aankondigingen via de intercom, genre “We are being held by a train ahead of us. Please be patient.” Ik verneem vandaag in de NY Times dat die stem toebehoort aan Bernie Wagenblast. Ja, dit is zijn echte naam. Bernie spreekt alle boodschappen in voor de MTA (Metropolitan Transportation Authority) en hij doet dat goed. Maar omdat het niet alle dagen even serieus hoeft te zijn, heeft hij zich vandaag ‘s laten gaan. http://cityroom.blogs.nytimes.com/2012/02/23/your-fantasy-subway-announcements/
Liefde is doof
14 FebMijn vroeger lief vond dat ik niks van muziek kende. Hij ging namelijk vaak uit, clubbing weet je wel. En ik nooit. Er zit geen avondmens in mij. Ik herinner me dat ik ooit om 9 uur ‘s ochtends, tijdens een weekdag, op het punt stond alle ziekenhuizen te bellen. Meneer was nog niet thuis. Even later wandelde hij doodleuk binnen, kwam van de een of andere afterparty. Mister Gin Tonic noemden ze hem in die kringen. CD’s kocht hij ook bij de vleet. Ik leerde dat ik eerst moest gaan luisteren bij de FNAC voor ik een CD kocht. Dat was van voor I tunes. Ik keek liever naar de hoes, en ja dan zaten er al ‘s miskopen tussen. Live a little, weet je wel. Toen ik toch ‘s een keer mee uit ging, vechtend tegen de vaak, en met een paar gin tonics om erin te komen, had ik toen ook mijn imago niet mee. Tijdens een behoorlijk bonkend nummer, leunde hij naar me toe en riep in mijn oor: “Dit is techno, Geertrui.”
Met een nieuw lief in de aanslag, kon ik mijn geblutste imago oppoetsen. Hij is ‘into music’ dus zocht ik zorgvuldig CD’s uit als hij langskwam. Hoe obscuurder, hoe beter. Ethiopische jazz van Mulatu Astatke, DAAU (they’re from Antwerp, leerde ik hem), of Huun Huur Tu met Dikke Jo. Aan zijn reacties te zien, was ik goed bezig. Maar lang kon het mooie liedje niet duren. Al gauw peuterde ook hij gaten in mijn muzikale opvoeding. Philip Glass, nee ken ik niet. En bandjes waar hij T-shirts van bijhield zeiden me ook niet bijster veel. Een muziekinstrumenten bespelen? Telt een blokfluit mee? Tut tut, ik ben geïnteresseerd, en kan maat houden. Dat is ook al veel waard.
Voor zijn Kerst haalde ik alles uit de kast. Ik boekte 2 kaarten voor het Philip Glass 75ste verjaardagsconcert in Carnegie Hall. Patat! Daar had hij niet van terug. Die avond doften we ons op en klommen de trappen op. De concertzaal zat stampvol. Philip Glass had weer ‘s een goeie symfonie geschreven. Ik genoot. Tot mijn wederhelft zich midden in het concert tijdens een behoorlijk druk stukje muziek naar me toe boog en in m’n oor fluisterde: “This is arpeggio.”

![photo[2]](http://truigoesnyc.files.wordpress.com/2012/05/photo2.jpg?w=490&h=490)