Archive | February, 2012

Stemmen uit het ondergrondse

24 Feb

Ik ga autoloos door het leven. Dat is geen bewuste keuze, maar gewoon een kwestie van gezond verstand. Parkeren in NY is een Olympische discipline en een parkeerplaats betalen, daar moet je toch ook al snel een paar dagen voor gaan werken. Nee, dan liever investeren in wat meer platte schoenen – mijn hakjes liggen ondertussen wat te bestoffen onder in de kast – een goed boek, en een paraplu.

En er valt tenminste al ‘s iets te beleven in de metro. Marriachi zangers, bedelaars die je trakteren op een mini-stand up comedy act of breakdancers die bepaald niet vies zijn van de vloer in de trein. Toegegeven, het is niet altijd even leuk om op een overvol perron te staan wachten, zonder een trein in zicht. Of naast iemand te zitten die een beetje gek is, of een beetje dronken, of bijna moet overgeven, of all of the above.

Op zo’n momenten vind ik troost in de aankondigingen via de intercom, genre “We are being held by a train ahead of us. Please be patient.” Ik verneem vandaag in de NY Times dat die stem toebehoort aan Bernie Wagenblast. Ja, dit is zijn echte naam. Bernie spreekt alle boodschappen in voor de MTA (Metropolitan Transportation Authority) en hij doet dat goed. Maar omdat het niet alle dagen even serieus hoeft te zijn, heeft hij zich vandaag ‘s laten gaan. http://cityroom.blogs.nytimes.com/2012/02/23/your-fantasy-subway-announcements/

Liefde is doof

14 Feb

Mijn vroeger lief vond dat ik niks van muziek kende. Hij ging namelijk vaak uit, clubbing weet je wel. En ik nooit. Er zit geen avondmens in mij. Ik herinner me dat ik ooit om 9 uur ‘s ochtends, tijdens een weekdag, op het punt stond alle ziekenhuizen te bellen. Meneer was nog niet thuis. Even later wandelde hij doodleuk binnen, kwam van de een of andere afterparty. Mister Gin Tonic noemden ze hem in die kringen. CD’s kocht hij ook bij de vleet. Ik leerde dat ik eerst moest gaan luisteren bij de FNAC voor ik een CD kocht. Dat was van voor I tunes. Ik keek liever naar de hoes, en ja dan zaten er al ‘s miskopen tussen. Live a little, weet je wel. Toen ik toch ‘s een keer mee uit ging, vechtend tegen de vaak, en met een paar gin tonics om erin te komen, had ik toen ook mijn imago niet mee. Tijdens een behoorlijk bonkend nummer, leunde hij naar me toe en riep in mijn oor: “Dit is techno, Geertrui.”

Met een nieuw lief in de aanslag, kon ik mijn geblutste imago oppoetsen. Hij is ‘into music’ dus zocht ik zorgvuldig CD’s uit als hij langskwam. Hoe obscuurder, hoe beter. Ethiopische jazz van Mulatu Astatke, DAAU (they’re from Antwerp, leerde ik hem), of Huun Huur Tu met Dikke Jo. Aan zijn reacties te zien, was ik goed bezig. Maar lang kon het mooie liedje niet duren. Al gauw peuterde ook hij gaten in mijn muzikale opvoeding. Philip Glass, nee ken ik niet. En bandjes waar hij T-shirts van bijhield zeiden me ook niet bijster veel. Een muziekinstrumenten bespelen? Telt een blokfluit mee? Tut tut, ik ben geïnteresseerd, en kan maat houden. Dat is ook al veel waard.

Voor zijn Kerst haalde ik alles uit de kast. Ik boekte 2 kaarten voor het Philip Glass 75ste verjaardagsconcert in Carnegie Hall. Patat! Daar had hij niet van terug. Die avond doften we ons op en klommen de trappen op. De concertzaal zat stampvol. Philip Glass had weer ‘s een goeie symfonie geschreven. Ik genoot. Tot mijn wederhelft zich midden in het concert tijdens een behoorlijk druk stukje muziek naar me toe boog en in m’n oor fluisterde: “This is arpeggio.”

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.