Archive | Uncategorized RSS feed for this section

Cornichons

16 May

We’re in a bit of a pickle. Een uitdrukking die zoveel betekent als: we zitten in de puree. Wat gepekelde groentjes zijn voor de ene, zijn gestampte patatjes voor de ander. Groenten wecken. ‘t is een hobby zoals een ander. En dat het een hobby is, zullen we geweten hebben. Dat groenten inmaken (ook wel gemeenzaam bekend als ‘opleggen’) niet alleen meer is weggelegd voor de edele augurk, moet blijken uit restaurants die er een heel menu rond creëren. Allerlei groenten moeten eraan geloven. Asperges, boontjes, je kunt het zo gek niet bedenken of er gaat een scheut azijn overheen. Het is dan ook de nieuwste mode in New York, waar mensen de banden met hun culinaire verleden weer aanhalen en zelf aan de slag gaan met weckpot en kookfornuis. Toch zijn er dingen waar je op moet letten als je groenten inmaakt. Al je gerief moet goed gesteriliseerd worden. Want anders krijg je enge ziektes. Botulisme bijvoorbeeld. Daar krijg ik vizioenen van zombiefilms van en openspattende buiken en uitpuilende ingewanden en lillend vlees… maar goed, dit ging een culinaire post worden. Ik wilde alleen maar even de sfeer schetsen… Proper werken dus is de boodschap. Als je alle voorschriften goed volgt, dan komt het wel goed. En zo’n weckpot met groentjes blijft eeuwig goed. Dat had ons moemoe zaliger ook begrepen. Jarenlang weckte ze dat het een lieve lust had. Na haar overlijden vonden we een kelder vol. Genoeg om nog een paar wereldoorlogen door te komen. Van die lange bokalen met aardbeitjes op. Allemaal keurig gelabeld, want zo was moemoe Jacobs wel. Asperges van 1979. Smakelijk zag het er niet meer uit. We hebben alles maar wijselijk weggekieperd. De weckpotten hebben we wel bijgehouden. Misschien moet ik die binnenkort maar ‘s vanonder het stof halen. Alles komt terug. Lees hier het artikel in de New York Times over ‘Canning and Preserving’.

2 jaar later

3 May

Wat vliegt de tijd. Er zijn waarschijnlijk analyses over hoe je tijd ervaart in een nieuwe omgeving. Het eerste jaar ging relatief traag voorbij. Het tweede in een wervelwind. Ondertussen is er al toch al het een en ander gebeurd. Ik ben goed gerodeerd in mijn job, heb een boeiend leven opgebouwd hier, ben al 2 keer verhuisd, heb toffe vrienden leren kennen, en ik heb als kers op de taart een leuke man gevonden met wie ik in juni ga trouwen.

Onder de Brooklyn Bridge.

Het kan verkeren.

I need a hug. Not!

13 Apr

De knuffel. Een halfslachtig Amerikaans gebruik waarbij de beoefenaars zich ongeveer diagonaal over elkaar schouders gooien en enkele ritmische klopjes op de rug van de andere partij geven. Optioneel is het uitstoten van welwillende geluiden van wederzijds genoegen, die ook wel doen denken aan een soort bronstig ritueel. De voorkant van beider lichamen mag daarbij vooral niet volledig contact maken, want dat is weer net iets te veel intimiteit. Hou het vooral kameraadschappelijk en vermijd kleffe toestanden. 

Na bijna 2 jaar in de States heb ik dat knuffelen nog steeds niet onder de knie. Ik geef geen knuffels. Knuffelen doe ik thuis, en daar heeft verder niemand zaken mee. Trouwens, de laatste keer dat ik in het openbaar knuffelde was tegen de knuffelmuur in het subtropisch zwemparadijs in Vossemeren. Voor alle duidelijkheid: ik knuffelde er de muur. 

Nee, wie langere tijd in de buurt van Antwerpen heeft rondgehangen geeft 3 welgemikte kussen. Links, rechts, links. Zonder spuug of natte lippen, graag. Want dat is niet hygiënisch. Of één casual kus, al is dat alleen voorbehouden voor de écht goede vrienden. En wat zouden we zijn zonder de kuskesdans om menig fout feest moeizaam, doch bijzonder doeltreffend op gang te trekken? 

‘Free Hugs’ zie je wel ‘s op bordjes staan. Dat zijn mensen die lijfelijke warmte willen delen en misschien ook wel tijd te veel hebben. Of misschien gewoon te weinig gekust worden, zelf.

Budget Hotels in NY

22 Mar

Voilà, van de Weekend Knack (of moeten we Knack Weekend zeggen tegenwoordig) moet je ‘t hebben.

http://weekend.knack.be/lifestyle/reizen/reizen-in-beeld/de-10-beste-budgethotels-in-new-york/album-4000071042497.htm

Stemmen uit het ondergrondse

24 Feb

Ik ga autoloos door het leven. Dat is geen bewuste keuze, maar gewoon een kwestie van gezond verstand. Parkeren in NY is een Olympische discipline en een parkeerplaats betalen, daar moet je toch ook al snel een paar dagen voor gaan werken. Nee, dan liever investeren in wat meer platte schoenen – mijn hakjes liggen ondertussen wat te bestoffen onder in de kast – een goed boek, en een paraplu.

En er valt tenminste al ‘s iets te beleven in de metro. Marriachi zangers, bedelaars die je trakteren op een mini-stand up comedy act of breakdancers die bepaald niet vies zijn van de vloer in de trein. Toegegeven, het is niet altijd even leuk om op een overvol perron te staan wachten, zonder een trein in zicht. Of naast iemand te zitten die een beetje gek is, of een beetje dronken, of bijna moet overgeven, of all of the above.

Op zo’n momenten vind ik troost in de aankondigingen via de intercom, genre “We are being held by a train ahead of us. Please be patient.” Ik verneem vandaag in de NY Times dat die stem toebehoort aan Bernie Wagenblast. Ja, dit is zijn echte naam. Bernie spreekt alle boodschappen in voor de MTA (Metropolitan Transportation Authority) en hij doet dat goed. Maar omdat het niet alle dagen even serieus hoeft te zijn, heeft hij zich vandaag ‘s laten gaan. http://cityroom.blogs.nytimes.com/2012/02/23/your-fantasy-subway-announcements/

Liefde is doof

14 Feb

Mijn vroeger lief vond dat ik niks van muziek kende. Hij ging namelijk vaak uit, clubbing weet je wel. En ik nooit. Er zit geen avondmens in mij. Ik herinner me dat ik ooit om 9 uur ‘s ochtends, tijdens een weekdag, op het punt stond alle ziekenhuizen te bellen. Meneer was nog niet thuis. Even later wandelde hij doodleuk binnen, kwam van de een of andere afterparty. Mister Gin Tonic noemden ze hem in die kringen. CD’s kocht hij ook bij de vleet. Ik leerde dat ik eerst moest gaan luisteren bij de FNAC voor ik een CD kocht. Dat was van voor I tunes. Ik keek liever naar de hoes, en ja dan zaten er al ‘s miskopen tussen. Live a little, weet je wel. Toen ik toch ‘s een keer mee uit ging, vechtend tegen de vaak, en met een paar gin tonics om erin te komen, had ik toen ook mijn imago niet mee. Tijdens een behoorlijk bonkend nummer, leunde hij naar me toe en riep in mijn oor: “Dit is techno, Geertrui.”

Met een nieuw lief in de aanslag, kon ik mijn geblutste imago oppoetsen. Hij is ‘into music’ dus zocht ik zorgvuldig CD’s uit als hij langskwam. Hoe obscuurder, hoe beter. Ethiopische jazz van Mulatu Astatke, DAAU (they’re from Antwerp, leerde ik hem), of Huun Huur Tu met Dikke Jo. Aan zijn reacties te zien, was ik goed bezig. Maar lang kon het mooie liedje niet duren. Al gauw peuterde ook hij gaten in mijn muzikale opvoeding. Philip Glass, nee ken ik niet. En bandjes waar hij T-shirts van bijhield zeiden me ook niet bijster veel. Een muziekinstrumenten bespelen? Telt een blokfluit mee? Tut tut, ik ben geïnteresseerd, en kan maat houden. Dat is ook al veel waard.

Voor zijn Kerst haalde ik alles uit de kast. Ik boekte 2 kaarten voor het Philip Glass 75ste verjaardagsconcert in Carnegie Hall. Patat! Daar had hij niet van terug. Die avond doften we ons op en klommen de trappen op. De concertzaal zat stampvol. Philip Glass had weer ‘s een goeie symfonie geschreven. Ik genoot. Tot mijn wederhelft zich midden in het concert tijdens een behoorlijk druk stukje muziek naar me toe boog en in m’n oor fluisterde: “This is arpeggio.”

Fiets bis

18 Jan

Lifecycle

365 dagen in het leven van een fiets in NYC.

Fiets ‘m d’rin!

17 Jan

New York is niet bepaald een fietsvriendelijke stad, toch niet voor tere zieltjes of bij uitbreiding iedereen die z’n leven nog niet beu is. Een helm is zeker aanbevolen. De outer boroughs zijn meestal iets rustiger, minder yellow cabs ook, en een goede plek om je stalen ros van stal te halen. 

Voor toeristen die NY bezoeken, is Central Park een makkelijke plek om te starten. Naast het ruime aanbod van huurfietsen, is er nu ook een Belgische optie. Bart Busschaert, ex-wielrenner, is hier gestart met een fietsverhuurbedrijf.

www.bikerentalmanhattan.com

Het zou stevig, kwalitatief gerief zijn, en het is altijd leuk om iemand te steunen die het probeert te maken in de grote stad. Allen daarheen dus!

Van binnen en van buiten

12 Jan

Flanders House is een mooie locatie. We zitten hier niet slecht. Het uitzicht op zich is al magnifiek genoeg om als levend tableau te kunnen dienen en, nee, beu word je dat nooit. Daar is de skyline van Manhattan veel te straf voor.

Maar af en toe moeten we toch ook ‘s herinnerd worden aan onze roots. Met doosjes Leonidas pralines die de collega’s en ik meebrengen uit België, en af en toe een verdwaalde Cha-cha of Chocotoff.

Maar het oog wil ook wel wat. Gelukkig hangt er hier ook kunst aan de muur. Eerst was dat een tentoonstelling over Pater (of moeten we Sint zeggen) Damiaan. Mooi en krachtig, maar het werd na een poos wel eens tijd voor iets nieuws. Elke dag tussen de melaatsen zitten, een mens wordt daar niet vrolijker van. De tentoonstellingen gingen dus roteren, want talent is er met bakken in Vlaanderen en muuroppervlakte is ook maar eindig. We onthielden: een foto van Bart Michiels over Passchendaele. Doeken van Luc Tuymans en Michael Borremans. Het befaamde ‘pussy shot’, heel gevat en spontaan betiteld door mijn collega Heidi. En sinds deze week: Vlaamse topfotografen. Ze zijn alles nog een beetje aan het waterpas aan het hangen, maar mij kan deze man alvast bekoren: Harry Gruyaert. Magnumfotograaf. Wassalon Soekie werd door hem vereeuwigd. Beslagen ruiten en al.

Verwend

6 Jan

Nu de kerstdagen achter de rug zijn, de cheese en crackers verteerd en de goede voornemens gemaakt zijn, wilde ik toch ‘s even stilstaan bij een observatie die ik vorig jaar – wat klinkt dat lang geleden – maakte.

Dat we zijn met z’n allen een beetje veel verwend zijn, en zeg dat ik het gezegd heb. Van een staking in België uit schrik om toch maar iets van de welstand te moeten inleveren – open je ogen, mensen ! – tot de commerce rond kerst. Het is nog altijd veel makkelijker om te krijgen dan om te geven.

De kerstperiode is hier alom chaos en paniek, want cadeautjes moeten gekocht worden, familie en vrienden verblijd, en wat voor deftig presentje koop je tegenwoordig nog zonder terug te vallen op badzout, Pod of Bongobon? Gelukkig heb ik me nooit veel met kerstcadeaus moeten bezighouden. Wij deden thuis gewoon aan Sinterklaas, en daarmee was de kous af. Kerst was een kerstboom en een kerststal, en met een beetje geluk hoefde ik niet eens mee naar de mis.

Nee, ik neem Kerst blijkbaar niet zo serieus. Maar als ik om me heen kijk en verhalen hoor van mensen die mensen kennen, dan gaat het hier behoorlijk hard. Ouders steken zich in de schulden om hun kinderen toch maar die gigakerst te geven, net als in de film. Ik heb het niet over 3 of 4 pakjes onder de kerstboom. Hou je vast, de neefjes van mijn collega – 3 stuks in totaal – kregen samen 105 cadeautjes… En ook bij mijn schoonfamilie werd er niet op een dollarcent gekeken. Een equivalent van Barbie in vampierversie, compleet met kek rafelig rokje en plastieken doodskist-bed, wisselde voor $35 van eigenaar. Een pakje met 10 Pokemonkaarten kost ongeveer hetzelfde. De helft ‘had het neefje al’. Het concept ‘verlanglijst’ werd zo wel erg letterlijk geïnterpreteerd.

Een dag later ging ik met vrienden uit België eten. Overheerlijk Japanse omakase – kleine bordjes – Robotaya aan Lower East Side, voor de liefhebbers. Heel gezellige avond, fijn om nog ‘s Vlaams te praten enzo. en overheerlijke gerechtjes. Een tafelgenoot liet een beetje klaaglijk vallen de dollar  wel ‘niet zo gunstig’ stond. De dollar staat 1,30$ tegen de euro…

Dus, om als dokter Huxtable te eindigen, laten we  dit jaar allemaal een beetje meer content en een beetje minder verwend zijn. Zo moeilijk is dat niet.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.